
Niet iedere pony ziet er hetzelfde uit. Er
zijn rassen die erg
klein en ruig behaard zijn. Meestal zijn dit de ponyrassen
die
zich niet hebben gemengd met andere paarden. Er zijn ook
grotere, elegantere ponyrassen, die vaak ergens in hun
familie
Engelse of Arabische voorouders hebben. Deze rassen zijn
wat
nerveuzer en voor een beginner lastiger te berijden.
Vrijwel
alle pony's zijn dapper, sterk, vriendelijk en van tijd tot
tijd
eigenwijs.
De ruigere rassen kunnen zomer en winter
buiten, een
beschut plekje tegen storm en regen is voldoende.
Eten:
3 tot 4 keer per dag, in de wei minder omdat de pony veel
zelf eet. Kant-en-klaar krachtvoer, granen, groenvoer,
groen-
ten, schors, takken, vruchten. Altijd: veel water.
Borstelen: dagelijks. Verder: hoeven
verzorgen, tuig onderhou-
den.
Wanneer pony's op straat lopen moeten de
hoeven beslagen
worden. Beslagen en onbeslagen hoeven moeten regelmatig
'gekapt' worden. Een soort nagels knippen, zeg maar.
Schoonmaken: voerbakken dagelijks.
Wanneer de pony op stal
Staat moet hij dagelijks stro
hebben.